Artikel 6 van 20: Pro-actief vs. Preventief Onderhoud

Dit is artikel 6 van een serie van 20 artikelen, uitgegeven door Rik Plattel van het European Reliability Centre (ERC) B.V. Het volledige overzicht van artikelen is te vinden op www.ercbv.eu

Terminologie is een belangrijk onderdeel van Reliability Management. Om alle mechanismen achter beschikbaarheid, betrouwbaarheid, kosteneffectiviteit en onderhoudbaarheid van storingsgedrag te kunnen managen, moeten we eenduidig communiceren. Deze communicatie is alleen mogelijk als we dezelfde terminologie gebruiken. Dat hadden Nowlan, Heap en Matteson tijdens de ontwikkeling van RCM ook door. Deze zo belangrijke terminologie is dan ook integraal in de methodiek RCM opgenomen. De terminologie is ook overgenomen in de RCM-standaarden SAE JA1011 en SAE JA1012. Je kunt RCM alleen effectief toepassen als je deze 37 definities snapt en weet hoe ze waar in de methodiek gebruikt worden.

Dit geldt ook voor pro-actief en preventief onderhouden. Deze terminologie wordt nogal eens door elkaar gebruikt, wat het dan onduidelijk maakt. Pro-actieve onderhoudstaken zijn:

  • toestandsafhanklijke taken
  • periodieke vervanging
  • periodieke revisie
  • combinatie van bovenstaande taken

Preventieve taken zijn alleen de periodieke vervanging en periodieke revisie. Preventief onderhoud is onderhoud dat met vaste intervallen wordt uitgevoerd, ongeacht de conditie van het systeem. Bij preventief onderhoud wordt de taakinterval bepaald door het moment waarop de voorwaardelijke storingskans onacceptabel toeneemt. Om dit uit te leggen, is het begrip storingspatronen noodzakelijk.

Tijdens het onderzoek van Nowlan, Heap en Matteson, bleek dat alle storingsvormen te categoriseren waren in 6 patronen A-B-C-D-E-F. (Nb. In samenvattingen over storingspatronen worden de letters A en B ook wel omgewisseld). De storingspatronen geven de voorwaardelijke storingskans van de storingsvorm weer in de tijd.

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding

Bij patroon A is er vanaf ingebruikname van het systeem een acceptabele kans op falen (groen).

+/- 2% van alle storingsvormen voldoet aan storingspatroon A. Na een bepaalde levensduur neemt de storingskans toe. Het rode gebied is het gebied waarvan we aangeven dat de storingskans ontoelaatbaar toeneemt.

Storingspatroon B heeft eenzelfde einde als A, maar heeft ook last van kinderziekten. Gedurende de tussenliggende periode is de kans acceptabel. Storingspatroon B staat ook bekend als de “Badkuipkromme”. (+/- 4% van alle storingsvormen)

Bij C (+/- 5%) neemt de kans gestaag toe vanaf het moment van ingebruikname.

Bij D (+/- 7%) neemt de kans vlak na ingebruikname sterk toe en blijft daarna nagenoeg constant.

Bij E (+/- 14%) is die kans van begin tot einde nagenoeg constant.

Bij F (+/- 68%) hebben storingsvormen vooral last van kinderziekten. Daarna breekt er een periode aan dat de storingsvorm random kan optreden. Menselijk handelen valt vaak onder F.

Het groepje ABC bevat storingsvormen die vooral na een bepaalde leeftijd plaatsvinden. Bij DEF vinden de storingsvormen vooral random plaats.

Een grote valkuil is: denken dat een object of bedrijfsmiddel aan één storingspatroon gekoppeld kan worden. Dat is onzin. Alles wat moet functioneren, zal ook disfunctioneren en heeft last van storingen. Storingen zijn groepen storingsvormen en alleen storingsvormen kunnen gekoppeld worden aan storingspatronen.

Voorbeeld:

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding

Nb. “Band lek” past dus niet in één storingspatroon. En de band al helemaal niet.

Bij storingsvormen die aan ABC voldoen, zou de onacceptabele kans op een storingsvorm voorkomen kunnen worden als er een taak wordt uitgevoerd vlak voordat het rode gebied begint. Er zijn dan 3 mogelijkheden:

  1. Toestandsafhankelijke taken: We gaan periodiek op zoek of potentiële storingen zich aan het ontwikkelen zijn tot een functionele storing.
  2. Preventieve taken: Door periodiek te vervangen of te reviseren, kunnen we storingsvormen voorkomen. De vervangings- of revisie-interval ligt dan vlak voor het rode gebied van het storingspatroon van deze storingsvorm.
  3. In het geval we te maken hebben met storingsvormen die een negatief effect hebben op Veiligheid – Gezondheid – Milieu, kan het zo zijn dat de bovenstaande 2 opties op zichzelf niet toereikend zijn, maar een combinatie mogelijk wel. In dat geval spreken we over een Combinatie van Taken. Een Toestandsafhankelijke taak kan evt. worden gecombineerd met een Vervangingstaak.

De volgende onderhoudstaken zijn van toepassing bij de verschillende storingspatronen:

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding

Vervangen en reviseren liggen dicht bij elkaar. Vervangen is delen van het proces vervangen. Reviseren is de weerstand herstellen tegen falen. Reviseren is meer opknappen, oplappen. Maar opknappen en oplappen maken een beetje een negatieve indruk. Reviseren kan zo gedaan worden dat het resultaat na revisie beter is dan nieuw.

Storingsgedrag in productieprocessen wordt beïnvloedt door tal van factoren. Wisselingen in ploegenroosters, personeel, grondstoffen, kwaliteitseisen, klanten, het weer, batchgrootte, omstellingen, slijtage, veroudering, verkeerde bediening, …

Storingsgedrag is niet statisch. Het storingsgedrag wordt door zoveel factoren beïnvloed, dat we er bovenop moeten blijven zitten. Als het storingsgedrag van een bepaalde storingsvorm van normaal eens per 4 jaar ineens verandert naar 3x per jaar, moet de bijbehorende onderhoudstaak mogelijk ook veranderen. Dit gebeurt o.a. doordat we modificaties in het proces doorvoeren, die het storingsgedrag beïnvloeden. Ergens een fotocel bijplaatsen of anders afstellen, kan bv. zorgen dat bepaalde stilstanden vaker of minder vaak optreden.

In een dynamische omgeving kun je geen statische onderhoudsplannen gebruiken. Dynamisch storingsgedrag kan alleen onderhouden worden met dynamische onderhoudsconcepten die het ACTUELE storingsgedrag blijven afdekken.

Dit is van toepassing op pro-actief en preventief onderhoud. Zie www.ercbv.eu voor trainingen om dit onder controle te houden.

Dit artikel is een van de 20 artikelen die worden aangeboden door European Reliability Centre (ERC) B.V. ERC is gespecialiseerd in trainingen en software voor maintenance en reliability engineers. ERC richt zich vooral op productiebedrijven die het storingsgedrag van hun productieproces willen verbeteren, met als doel kosten te verlagen en beschikbaarheid, betrouwbaarheid en effectiviteit te vergroten.

Op www.ercbv.eu zijn alle artikelen te vinden en is informatie over alle trainingen beschikbaar.

Trainingen worden vanaf 6 deelnemers ook op locatie gegeven. Informeer naar de mogelijkheden.

European Reliability Centre (ERC) B.V.

Vlietskade 1011

4241 WD ARKEL

www.ercbv.eu / info@ercbv.eu / +31 (0)184600988