Onderhoudsconcepten

Onderhouden beïnvloedt storingsgedrag. Dus onderhoudsplannen beïnvloeden ook dit storingsgedrag. Om professionele onderhoudsplannen te maken moet een goed overzicht van het actuele storingsgedrag beschikbaar zijn.

Dit overzicht van actuele storingen, wordt gemaakt met een FMEA (Failure Mode Effect Analysis). Soms wordt ook de FMECA gebruikt (FMECA = Failure Mode Effect Criticality Analysis). In tegenstelling tot wat velen denken (vanwege het woordje Criticality), is de FMECA juist NIET geschikt voor kritische systemen en de FMEA juist wel.

De FMEA wordt vervolgens gebruikt om in een beslissingsdiagram keuzes te maken die resulteren in een onderhoudsconcept. Dit onderhoudsconcept is een concept en dus nog niet af. Het onderhoudsconcept is een lijst met onderhoudstaken met intervallen voor iedere afzonderlijke storing. Pas als onderhoudsconcepten genest zijn, worden het onderhoudsplannen. Het nesten is een techniek van categoriseren en samenvoegen om met zo weinig mogelijk taken alle actuele storingen te beïnvloeden.

FMEA vs. FMECA

Om professionele onderhoudsconcepten te maken wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten FMEA’s. We kennen de Object FMEA en de Process FMEA. De Object FMEA is een type dt traditioneel veel wordt gebruikt. Deze is vergeleken met de process FMEA minder volledig, waardoor de Object FMEA alleen geschikt is voor laag- en midden kritische systemen.

De Process FMEA is een zeer gestructureerde aanpak om een hoogstaand overzicht te creëren van het actuele storingsgedrag.

De Design FMEA is niet geschikt om onderhoudsconcepten te maken.

In zowel de Object FMEA als de Process FMEA zijn twee onderdelen identiek. De Failure Mode en het Failure Effect. Alleen de weg naar die Failure Mode is anders.

De Object FMEA wordt in enkele stappen doorlopen. De 1e stap is het verzamelen van bekende informatie als functionele locatie, bedrijfsmiddel en evt. bekende onderhoudstaken met intervallen en personen die dit moeten uitvoeren. Daarna worden de storingsvormen beschreven. In vele Object FMEA’s gaat het hier fout, want men gaat storingen beschrijven in plaats van storingsvormen.

In het beslissingsdiagram wordt een route afgelopen die bepaalt wordt door vragen en antwoorden. Aan het einde van het beslissingsdiagram is voor een storingsvorm een onderhoudstaak met interval beschreven. Door deze aanpak voor iedere storingsvorm in de FMEA te doorlopen, komt het onderhoudsconcept tot stand.

3 methodieken

Voor hoog – midden – laag kritische processen worden verschillende methodieken gebruikt om onderhoudsconcepten te maken. We willen snel en oppervlakkig voor laag kritische processen. Maar voor hoog kritische processen is volledigheid en verdedigbaarheid van belang. Daarom hanteren we de volgende methodieken:

1.  Reliability-centred Maintenance (RCM) voor hoog kritische systemen.
2. Object Driven Maintenance (ODM) voor midden kritische systemen.
3. Quick Maintenance (QM) voor laag kritische systemen.

Het werken met FMEA’s en FMECA’s, beslissingdiagrammen is onderdeel van de RCM trainingen Level 1 en Level 2.

MPE indicator
MPE indicator

MPE

De meest waardevolle KPI bij onderhoudsplannen, is de MPI (Maintenance Program Effectiveness). De MPI wordt bepaalt op basis van hoe compleet de FMEA is beschreven t.o.v. het actuele storingsgedrag.

De MPE is 100% als alle storingsvormen zijn beschreven inclusief alle potentiële storingen, PF intervallen, MTBF informatie en alle storingseffect informatie actueel is.

Hoog kritische processen vereisen een MPE van > 90% en laag kritische processen liggen meestal onder de 50%. Hoe meer de FMEA afwijkt van het actuele storingsgedrag, hoe minder de toegevoegde waarde van het onderhoudsplan is.

MPE is een zeer goede manier om het ToDo lijstje van de maintenance en reliability engineers te sturen.

Bij een hoge MPE wordt het hoogste rendement gehaald met de laagste kosten.